PUE or EUE?
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) breekt door in Nederland. Het aantal bedrijven dat aan MVO doet groeit, de overheid gaat duurzaam inkopen, bedrijven nemen steeds meer hun verantwoordelijkheid en de consumentenmarkt lijkt er ook rijp voor. MVO betekent voor bedrijven dat zij naast het streven naar winst ook rekening houden met het effect van hun activiteiten op het milieu en dat zij oog hebben voor menselijke aspecten binnen en buiten het bedrijf. Het gaat er om een balans te vinden tussen mensen, milieu en winst. Dit vraagt om een zoektocht met meerdere betrokkenen (’stakeholders’). Want alleen met voldoende informatie vanuit verschillende disciplines kunnen realistische maatregelen genomen worden, die bijdragen aan Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Steeds vaker blijkt dat die zoektocht en die balans tussen mensen, milieu en winst leiden tot betere resultaten voor zowel het bedrijf als de samenleving. Bij MVO spelen alle kernprocessen van het bedrijf een rol, van inkoop en productie tot personeelsbeleid en marketing. En ook op het gebied van ICT kan een bedrijf bewuste keuzes maken.
1.2 Waarom energieverbruik in kaart brengen?
De uitputting van het milieu is overduidelijk een bedreiging. Maar op korte termijn is het ook een kans: een duidelijk ‘groen’ beleid is onderscheidend van concurrenten, aantrekkelijk voor werknemers, geeft concreet invulling aan maatschappelijk verantwoord ondernemen, is voorbereid op toekomstige regelgeving en bespaart geld. Daarnaast kan een ‘groen’ beleid innovatieve krachten mobiliseren die de kernprocessen van het bedrijf versterken. Redenen te over om het energieverbruik van een onderneming tegen het licht te houden.
1.3 ICT en CO2 uitstoot
Het energieverbruik van de ICT sector neemt steeds verder toe. Dit heeft grote gevolgen voor het milieu, want bij de opwekking van energie komt CO2 vrij. CO2 is verreweg het belangrijkste broeikasgas, dat verantwoordelijk is voor het opwarmen van de aarde en de gevolgen daarvan zoals het stijgen van de zeespiegel. Het wereldwijde CO2-aandeel van de ICT is volgens Gartner bijna 2% en is daarmee bijna net zo groot als die van al het vliegverkeer in de wereld. Dit is een fors aandeel en nog steeds groeiende (zie figuur 1). Daarom verdient het terugdringen van de CO2-uitstoot binnen de ICT sector dan ook urgent de aandacht. Een belangrijke manier om op korte termijn te komen tot een vermindering van CO2-uitstoot is enerzijds het verlagen van het energieverbruik en anderzijds het zo efficiënt mogelijk benutten van de benodigde energie.
Maar hoe zorg je ervoor dat de ICT-afdeling en de facilitaire afdeling zo milieubewust mogelijk te werk gaan? Hoe kun je ICT zo energiezuinig mogelijk maken, zonder daarbij in te leveren op (IT)bedrijfsdoelstellingen? En hoe kun je de facilitaire installaties zo efficiënt mogelijk benutten zonder de beschikbaarheid in gevaar te brengen? Met andere woorden: hoe zorg je voor een ‘groen’ ICT-beleid?
(Figuur 1 Datacenter energiegebruik scenario’s (bron: EPA, 2006))
1.4 Energiemodel computerruimte / datacenter
In figuur 2 is een model te zien van een ‘black box’-computerruimte of datacenter met daarin aangegeven de belangrijkste energiestromen en -verbruikers. Figuur 2 ‘Black Box’ Energiemodel van een datacenter / computerruimte In elk van deze stromen is verbetering mogelijk, leidend tot een duurzamer computerruimte/ datacenter.
1.5 Prestatie indicators
Op basis van een aantal geconstateerde parameters kunnen ook een aantal indicators en verhoudingen gegeven worden die inzicht geven in de energiestatus van de computerruimte. Een relatief eenvoudige prestatiemaat die momenteel het meest wordt gebruikt is de zogenaamde Power Usage Effectiveness (PUE), oftewel de verhouding tussen het totale energiegebruik van het datacenter ten opzichte van het energieverbruik van de IT apparatuur. Ook de reciproque hiervan wordt gehanteerd, Data Center Infrastructure Efficiency (DCiE).
Bijgaande inzet (Figuur 3) geeft meer inzicht in de opbouw van deze indicators. De minimale waarde van de PUE is gelijk aan 1. Een (theoretische) waarde waarbij alle toegevoerde energie wordt gebruikt voor de IT apparatuur, en er geen energie nodig is voor faciliterende zaken als koeling en beheer. Redelijke computerruimtes zitten momenteel rond de 1,8 en vanaf 2 en hoger (DCiE ≤ 50%) is de efficiëntie steeds slechter. Sommige locale instanties eisen voor nieuwe computerruimtes een PUE kleiner of gelijk aan 1,3. Bron: Green Grid Figuur 3 PUE (of de reciproque DCiE) van een computerruimte, welke momenteel een eenvoudige (relatieve) prestatiemaat vormt, en welke breed gebruikt wordt. Nadere prestatiematen zijn in ontwikkeling. Opgemerkt dient te worden dat deze verhoudingen niks zeggen over het absolute energieverbruik, welke grafisch is weergegeven in Figuur 4 (met een matige PUE van 2.0). Indien het energieverbruik van de IT apparatuur afneemt zal dit resulteren in een kleinere diameter van dit taart diagram (terwijl de PUE gelijk blijft of zelfs toeneemt door verhoogde inefficiëntie van de lager belaste facilitaire infrastructuur).
(Figuur 4 Verdeling van energie binnen een (matig opererend) datacenter.)
Binnen de datacenter wereld wordt er verder op allerlei fronten gewerkt aan andere aanvullende prestatie indicatoren die ook meer inzicht geven in de Asset status van het datacenter en die ook een maat geven voor de efficiency van de IT apparatuur zelf.
